boomkikker_hyla arborea_gijs damen

Kenmerken

De vuursalamander (Salamandra salamandra) is één van onze mooiste amfibieën. Het is een glanzend dier met een zwarte grondkleur die geel gevlekt is. De larve van de vuursalamander is donker gepigmenteerd. De staart is zeer stomp en heeft een afgerond uiteinde. Aan de basis van de ledematen is er een gele of geelachtige vlek.

Levenswijze

Een typisch nachtdier dat houdt van koele en vochtige loofbossen, vooral in beukenbossen maar soms ook in open naaldbossen met een goed ontwikkelde mos- en kruidlaag. Overdag verbergt hij zich doorgaans onder stenen of houtstronken en in holten.

Afhankelijk van de waterstand in beken, grachten en greppels, kan de larvenafzet van de Vuursalamander al beginnen vanaf september, lang voor de winter echt begonnen is. Zolang het niet kouder wordt dan 5°C gaat dit de hele winter door, tot diep in de lente.

Zo duiken al in de herfst de eerste kleine larven op in het water. Doorheen de wintermaanden worden dat er steeds meer, met de grootste aantallen in maart en april. Niet veel later gaan de eerste larven over tot leven op het land. Van eind juni tot oktober is het even rustiger in de beken en bospoelen en daarna begint het helemaal opnieuw.

Het hele jaar door paren?

Aangezien de Vuursalamander over de seizoensgrenzen heen larven afzet, zou je verwachten dat ook de paring die hieraan voorafgaat vrijwel het hele jaar door gebeurt. Langlopend onderzoek in Merelbeke bracht aan het licht dat dat niet zo is: vooral van september tot december werd er gepaard, terwijl hitsige mannetjes vooral in augustus en september met elkaar in gevecht lijken te gaan.


Hoe valt dat te rijmen met de lange periode van eiafzet? De wijfjes hebben een techniek ontwikkeld waarbij ze zaadpakketjes (soms van meerdere mannetjes) kunnen opslaan voordat ze er hun eicellen door laten bevruchten. Eens bevrucht kunnen ze bovendien ook de juiste weersomstandigheden afwachten voor ze larven afzetten. Een wijfje dat in een droge lente ‘te laat was’ om haar larven af te zetten, kan de afzet uitstellen tot na de eerste najaarsregens. Het resultaat is een jaarcyclus die veel minder scherp afgelijnd is dan bij de andere inheemse amfibieën.

Ook de paring zelf is merkwaardig. Het mannetje besnuffelt eerst het vrouwtje, kruipt dan onder haar door, tilt haar op en neemt haar aan de voorpoten in een houdgreep. Gaat het vrouwtje in op zijn avances, dan zet het mannetje na wat ritmisch gewrikkel een zaadpakketje (spermatofoor) af dat door het vrouwtje wordt opgenomen langs de cloaca. Na de bevruchting, ontwikkelen de embryo’s zich in het lichaam van het vrouwtje. Wanneer de larven voldoende ontwikkeld zijn, trekt het vrouwtje naar het water, kruipt er met het achterlijf in en zet de larven af. Het aantal afgezette larven per vrouwtje varieert tussen 10 en 50.

Verspreiding

Vlaanderen mag als een van de noordwestelijke limietregio's beschouwd worden van het Europees areaal. De meeste populaties komen voor in de Vlaamse Ardennen, in eikenbeukenbossen op hellingen waar diverse beekjes en bronnetjes met zuurstofrijk en koel water en stilstaande bospoelen optimale overlevingskansen bieden aan de larven. De waterhabitats zijn meestal ondiep, het water zeer helder en vrijwel vegetatieloos en met een pH van 5.5 tot 7.5. Andere bekende plaatsen waar vuursalamanders voorkomen zijn o.a. het Hallerbos, het Zoniënbos, het Meerdaalwoud en de Voerstreek. Vuursalamanders bereiken in onze streken een lengte van 20 cm en kunnen vrij oud worden. Ze zouden niet zelden een leeftijd van 20 tot 25 jaar bereiken.
Verspreidingskaart in België van 2010 tot vandaag (waarnemingen.be).

Voor alle info of folders: info@hylawerkgroep.be

Laatste aanpassing: 30-04-2018 18:28:42